Op weg naar Peking

• During treatment, the patient should regularly undergo research to study the properties and number of germ cells. https://infertility-treatment-online.net/.
 

Map of Beijing

Deze kaart lag op mijn hotelkamer op me te wachten

27 november 2011. Vorige winter ging ik voor het laatst op reis; naar Kerala in India. Daarna was ik niet meer echt op pad geweest. Zelfs tijdens de zomervakantie waren we niet verder gereisd dan naar de kalme Champagne streek ten oosten van Parijs. Toch duurde het dit keer een tijd voor ik weer zin had in een ver avontuur. Er was namelijk een zakenreis naar Peking voor me gepland.

De weken voorafgaande aan het vertrek stond ik al enorm onder druk, ook zonder de voorbereiding voor deze reis. Toch lukte het me om goed werk af te leveren. Maar meer dan voorheen overschaduwde twijfel de voldoening over de dagelijkse kleine overwinningen. Allerlei kwaaltjes, waar ik inmiddels van weet dat ze bij mij horen, trokken als weerlichten door mijn lichaam. Niets ernstigs, maar zo aanwezig dat het me angst inboezemde. “Is het alleen maar stress, of broeit er iets ergers”, vroeg ik me af.

Als het niet goed zou gaan is Peking te ver van mijn familie en neurologe om iets voor me te kunnen betekenen. “Nu kan ik in een hoekje gaan zitten,” herhaalde ik in mezelf, “een hellend vlak.” “Of ik ga, dat kan mis gaan, maar dan heb ik in ieder geval geleefd”. Ik besloot om te gaan.

Het was een rustige zaterdagochtend, nog steeds te warm voor de tijd van het jaar. Terwijl ik mijn laatste spullen pakte, zag ik door het raam hoe de zwakke ochtendzon boven de nevel uitklom en zijn rode gloed langzaam verloor. In gedachten verzonken stopte ik mijn toilettas en het blauwe harde containertje met zeven spuiten in de koffer. In de verte lichtte de zon de stroken mist in de dalen van het glooiende land helder wit op. Het blauw van de daartussen geklemde vlakken van bomen werd steeds bleker tot er zich tot er lichtere stukken van blauwgroene weiden in aftekenden. De populieren hadden inmiddels al hun blad verloren en staken als vingers boven de nevel uit. Freerk en Neeltje waren nauwelijks wakker; “Succes en tot volgende week”, mompelden ze me toe.

Ik trok de voordeur achter me dicht. De zon speelde op de oude stenen van ons huis. Het vrolijke licht viel op de bloembakken; het leek alsof er nog leven zat in de viltige grijze bladeren van de verdorde planten. “Dag lief huis”, zei ik in mij zelf, een afscheidsritueel wat er al jaren geleden ingeslopen was. Ik kon de gedachte dat ik het misschien niet meer terug zou zien niet onderdrukken.

Johan bracht me naar de luchthaven, we hadden ruim de tijd. Ik zei weinig. We wisselden wat informatie uit over wat er volgende week gedaan moest worden. Een gedeelte van de weg sneed recht door een oud beukenbos. De nevel was tussen de rechte stammen blijven hangen. Dieper in het bos aan de onderste takken van de beuken, waar de wind geen vat had, scheen het laatste goud van de zomer door de mist. Ik wist niet zeker of ik al eerder zoveel blad eind november nog in de bomen had gezien. “Als ik terugkom over een week, dan is het geel zeker weg”, zei ik tegen Johan.

Terwijl ik incheckte parkeerde Johan de auto. Op de balie van Hainan airlines stonden vrolijke bloemstukken van rode rozen, de enige airline die zijn klanten met bloemen verwelkomde. Ze waren niet echt. Nog voordat mijn koffer over de band wegrolde kwam Johan al aanlopen. Gewoontegetrouw gingen we naar Starbucks voor een kop koffie voordat ik door de security zou gaan. Op de wanden hingen al amerikaanse platen van de kerstman met grote mokken koffie, Johan vroeg zich af wie er hier in Brussel aan feest denkt bij filterkoffie. Er stonden vijf in het zwarte kleding gestoken mensen achter de balie, toch stond hij bijna vijftien minuten te wachten. Hij was niet de enige die morde over de trage bediening op een plaats waar toch iedereen haast heeft. Ik dacht aan ons ontwakende huis, en de kinderen die nog lagen te slapen. Het bracht geen rust, de zorgen beknelden me. Maar ik vertelde Johan niet dat ik bang was, in plaats daarvan ruziede ik over de materialen die we voor de verbouwing van ons nieuwe huis zouden gaan gebruiken. “Ik vertrek, ik ga nu naar het vliegtuig”, zei ik. Ik stond op en liep weg, terwijl ik me omdraaide zag ik dat Johan net door de schuifdeuren verdween.

Het vliegtuig stond niet ver weg, de rode staart met de gele bloem was al van verre te zien. Binnen vijftien minuten zat ik in mijn ruime stoel aan het raam, gelukkig mogen we voor intercontinentale zakenreizen business vliegen. Het duurde lang voordat iedereen in het grote vliegtuig op zijn plaats zat. De stoel naast mijn bleef leeg, ik hoopte dat Johan nog zou bellen voordat er iemand plaats zou nemen. “Ik wist niet dat je je zo’n zorgen maakte,” zei Johan, “het gaat vast goed. Je kunt je neurologe altijd bellen en in Peking zijn goede ziekenhuizen. Maar er zal vast niets fout gaan.” Zijn stem stelde me gerust, ook al veranderde er niets daadwerkelijk.

Op het allerlaatste moment kwam er een zakenman uit Afrika naast me zitten. “Slaap ik toch weer naast een vreemde man”, spotte ik met mezelf. Het rode toestel taxiede rustig naar zijn startbaan. Door het kleine raampje zag ik de top van het gele natuurstenen kerktorentje van Steenokkerzeel voorbijschuiven, een geluidswal onttrekt tegenwoordig het grootste deel van de kerk aan het zicht. Het was heiig geworden, de velden lagen er stil bij. Zelfs bij de konijnenholen in het gras tussen de startbanen was geen leven te zien. De piloot legde ons eerst langdurig in het Chinees, vervolgens in het Engels, uit dat we nog niet konden starten. Ik registreerde het nauwelijks, een kwartier op tien uur is niet veel en in Peking zou er niemand op me wachten. Toen het toestel eindelijk vaart begon te maken legde ik mijn boek neer om een schietgebedje op te zeggen. Een ander ritueel wat bij mijn reizen hoort. Dit keer schoten de zinnen schoten me niet te binnen. Terwijl ik voelde dat mijn bloeddruk zakte verzon ik ter plekke mijn eigen schietgebedje; “Ze was de moeder van het goede, nu en altijd”.  Er zat geen goede cadans in, het kon niet het beproefde gebedje zijn. Bijna direct voelde ik me weer beter, maar mijn gezicht werd nat van het zweet.  “KTH”, zei ik, “korte termijn geheugen. Hoe toepasselijk”. Na een paar minuten kwamen de oude zinnen weer te voorschijn. Ik maakte mijn tientje af. Het vliegtuig wees met zijn vleugel naar de luchthaven, maakte een scherpe draai rond Zaventem en begon zijn tocht over Duitsland, Polen en Rusland.

Na het drankje, de krant en het eten werd buiten de nacht gemaakt. We vlogen van de zon weg, en al boven Rusland lieten we hem ondergaan. Kleine witte ijskristalletjes groeiden tussen de verschillende lagen glas van het raampje, ze vingen naar me blinkend de laatste zonnestraaltjes op. In een rap tempo zag ik de schapenwolken onder ons roze kleuren, een paar grotere wolken in de vorm van aambeelden zweefden er boven. Langzaam vulde de zwarte nacht de holtes tussen de schapenwolken.  Ik zag hoe een diepe schaduw langzaam over de voet van de aambeelden omhoog kroop tot ook de laatste roze koppen niet meer te zien waren. Johan en de kinderen zouden net de borden na het middageten in de vaatwasser gezet hebben, wij vlogen de nacht in.