Maart 2008 – Opgenomen voor onderzoek

She it is achievable to buy trustworthy galantamine treatment in neighborhood pharmacy from your own house right here by natural means. You really do not want a prescription to purchase the tablets. Pleasant assist and ideal provides for all website visitors. five For every capsule Active Component: Galantamine Galantamine is used to handle moderate to reasonable dementia triggered by Alzheimer’s disease Galantamine may possibly also be used for purposes not outlined in this treatment information stoppsychoses.com/buy-galantamine-online.html.
In the case when the pills do not work, patients are recommended to give injections. Additional information about the treatment of anal herpesIf the straight intestine herpes, it is not enough to take just antiviral products. nomoreherpes.net.

Evoked potentials onderzoek

Evoked potentials onderzoek

Gelukkig lag ik niet alleen, toch hing er een diepe stilte in onze kamer. Misschien is dat altijd zo op een neurologie afdeling. Dora heette mijn kamergenote, ze was een afrikaanse met een klein zoontje. “Goed, beter, dank je” herhaalde ze steeds als ik ernaar vroeg. Zonder me aan te kijken. Iedere dag moest ze de verpleegsters vertellen welke dag het was, wat ze antwoordde kon ik niet verstaan. Later begreep ik dat ze een hersenontsteking had, en dat ze zelfs haar zoontje niet meer herkende.

Ik draaide braaf in de routine mee, iedere ochtend kwam een jong meisje de temperatuur en hartslag opnemen en iedere ochtend vertelde ik haar dat ik niet ziek was. “Vierenzestig,” hielp ik dan als ze steeds dieper over haar kladpapiertje boog om het viervoud nog een keer uit te rekenen, “gezonde mensen hebben een lage hartslag, weet je”.

Er werd vaart achter de onderzoeken gezet; ruggenprik, MRI van de hersenen en bloedonderzoek op maandag. Een MRI van het ruggemerg op dinsdag. Woensdag was gereserveerd voor een uitgebreid “evoked potentials” onderzoek en een specifiek oogonderzoek zou donderdag plaatsvinden.

Als eerste was de MRI-scan van mijn hoofd aan de beurt, dat kende ik, ik wist de apparaten in de kelders vlot zelf te vinden. Het halve uurtje opgesloten in de nauwe rumoerige huls ging zo voorbij. Vroeg in de middag zouden ze voor de ruggenprik komen, “Dat doe ik wel even”, nam ik mezelf voor. Vooral omdat ik alleen goede herinneringen aan ruggenprikken had. Een eerdere epiduraal anesthesie bij de geboorte van mijn zoontje was immers als een overweldigende verlossing gekomen terwijl ik het nauwelijks gevoeld had. Het werd een onverwachte kwelling. Nietsvermoedend ging ik op de rand van het bed zitten. Ik kon niet zien wie er prikte, de assistent of de studenten. “Waarom proberen jullie het niet eerst op een varkensrug uit het slachthuis!” dacht ik radeloos toen ze voor de derde keer op het bot vastliepen. “U was geweldig dapper” probeerden ze nog, “Hoezo? Voelen jullie je schuldig”, dacht ik, ik had nog nooit zo gekreund bij een onderzoek. Toen ze vertrokken waren moest ik vierentwintig uur plat liggen. Ook dat deed ik gehoorzaam, voor mijn tweede MRI-scan van het ruggemerg werd ik met bed en al naar de kelders gereden. Het voelde als een spel om volkomen bij zinnen in een razend tempo op een ziekenhuis bed door de gangen en liften gemanoeuvreerd te worden.

De “evoked potentials” brachten meer levendigheid, al was het alleen al om de spraakzame broeder. “Nee, vertel alsjeblieft door” zei ik toen hij zich verontschuldigde, “Ik doe dit onderzoek liever niet, al dat prikken. Weet u, mijn moeder vind dat ik teveel klets”. Hij was lange tijd physiotherapeut bij het nationale MS-centrum geweest en verzekerde me dat je door hard oefenen lang mobiel kon blijven. Er werden naaldjes in mijn enkels, polsen en hoofdhuid gestoken. “Dertig” telde ik toen het laatste naaldje een druppeltje bloed over mijn voorhoofd toverde. “U moest eens weten, vrouwen kunnen veel beter tegen pijn. Laatst werd ik nog omver gelopen door een bodybuilder die de kamer uitstormde. Ik had het eerste naaldje nauwelijks gezet!” Met een soort pannekoek werden kleine schokjes toegediend, daarmee maten ze de snelheid waarmee de electrische signalen zich tussen de zenuwuiteinden en hersenen voortbewogen. Als een marionet sprongen mijn armen of benen omhoog iedere keer dat de knop ingedrukt werd. Het was tegelijkertijd wat eng, “Stel je voor dat het apparaat kapot is en een te sterk signaal geeft”, maar vooral ook grappig. Heimelijk hoopte ik dat mijn zoon mee kon spelen. Zo vriendelijk als de broeder was, zo uit de hoogte was de neuroloog. Hij werd erbij gehaald omdat de testresultaten te afwijkend leken te zijn; dat soort uitslagen vond men niet bij patiënten die nog zo goed liepen. “U moet zich ontspannen”, wierp de neuroloog me toe en dan schudde hij demonstratief aan mijn benen. “Wat denkt hij dat ik doe?” maalde er door mijn hoofd, “Ik wil die naalden ook niet langer dan nodig in mijn hoofd!” Uiteindelijk schreef hij toch in zijn rapport dat er afwijkingen vastgesteld waren.

Als laatste werd ik door de oogarts gezien, weer was het een arts in opleiding die tijd voor me nam. “Uw ogen mankeren niets”, vertelde hij me al tijdens het onderzoek. Hij had begrip voor onze angst, een diagnose kanker was minder moeilijk te verwerken dan multipele sclerose vond hij. Vreemd genoeg stelde deze openheid me gerust.

Nu was het wachten op de uitslag.