(Vorige aflevering van “Het eerste jaar in brieven”; het begin)
In april kwam de vrolijke tjif tjaf terug, en begin mei hoorde ik weer de eenzame roep van de koekoek over de velden. Alles was als vorige jaren. “De zon komt op, de zon gaat onder” speelde er door mijn hoofd, als op een versleten langspeelplaat die bleef hangen. De tere wilde narcisjes zijn al lang weer uitgebloeid, tussen het opgeschoten gras zijn hun bladeren niet meer terug te vinden. In maart wuifden ze nog lichtjes in de wind, alsof ze me met hun sierlijke beweginkjes mijn terugkeer uit het ziekenhuis begroetten.
Ik had gehoopt dat met het terugtrekken van de winter mijn ziekte ook voorbij zou zijn. Maar ik voelde me niet beter. Met het verstrijken van de tijd werd de verwarring slechts groter. Er was me gezegd dat het allemaal wel meeviel; het effect van de aanval zou met een paar maanden afnemen. En omdat ik een milde vorm had zou ik waarschijnlijk helemaal herstellen. Het herstel bleef uit, was ik een aansteller? De vertwijfeling sloeg toe.
Ik verloor me in mijn werk en thuis deed wat ik kon. Er waren ook grappige momenten zoals het weekje “meelwormen corvee”. Mijn zoon Freerk was met zijn schoolklas in Ierland, iemand moest voor zijn meelwormenkwekerij zorgen. Dat werd mijn taak. Iedere avond sorteerde ik de wormen, poppen en kevers. Kon ik me ook maar van een pop in een kever veranderen. Dan zou het leven er anders uitzien!
From: DE LEEUW Julie
Sent: Wednesday, May 07, 2008 1:55 PM
To: ‘deLeeuw’
Cc: ‘Johan’
Subject: RE: Rabokaarten
Lieve Mammie,
Maandag heb ik een slechte dag gehad. Erg moe, duizelig, linker hand die veel typefouten maakte…… Maar het is weer weggetrokken. In ieder geval weer in de opgaande lijn. Waarschijnlijk heb ik me te druk gemaakt de dagen voorheen…… Op de dagen zelf was er geen waarschuwing dat ik te veel van mezelf vroeg. Dus maandag was ik erg bang dat zich misschien een nieuwe aanval aan het opbouwen was. Gelukkig is dat niet zo.
Op zo’n moment valt de ‘hemel op je hoofd’ zeggen ze hier in België. Dan ga je denken, wat heeft het allemaal nog voor zin. Het is allemaal ziekte, ouderdom, oorlog, hongersnood…en ik kan er toch niets aan doen want op mijn werk ben ik ook maar ‘een kadootje uit de uitverkoop’, als ik al niet gekreukeld in mijn stoel lig.
Nu ga ik maar weer verder. Deze week geen zakenreizen, maar wel veel late vergaderingen waardoor het moeilijk wordt om mijn aantal uren in de hand te houden en aan de rust toe te komen. Gelukkig is het maar een vierdaagse week.
Freerk is lekker in Ierland op schoolreisje. Ik zou eens op moeten zoeken hoe het weer daar is! Hij gaat veel sporten, gelukkig watersporten waarvoor hij zijn been niet nodig heeft. We hebben SMS contact gehad ‘alles goed – punt’. Zo gaat dat met de jongens. Geen gezeur. Ik doe zijn meelwormen in de avond. Poppen uit de wormenbak, en kevers uit de poppenbak halen. Gister 127 poppen, en een stuk minder kevers. Zal Freerk blij mee zijn. Misschien moet ik SMS-en, maar dat is hogere school GSM-en. Daar heb ik een rustig moment voor nodig, wij oudjes. Hij wil zijn toekomstige meelwormen oogst per internet verkopen. Prachtig toch! Alleen zie ik hem er nog niet rijk van worden.
Vandaag mijn verhaal over ‘Koffie’ naar London sturen. Op 20 Mei ga ik voor een presentatie van 20 minuten met de trein naar London, 08:04 weg en 23:30 terug! Ben benieuwd of dat te overleven valt! Maar ik zie net dat ik de dag erna telewerk, dus kan ik wat later op.
Vanmiddag nog een vergadering over mineraal water. Morgen een hele serie vergaderingen. In de laatste zit ik in een panel. Moet ik nog iets zinnigs om te zeggen voor verzinnen. Nou ja, ik overleef het wel.
Nu snel naar de boekenwinkel om een boek over Amerika te zoeken. We hebben het plan om deze zomer naar de US te gaan. Dat vinden de kinderen leuk.
Nog heel bedankt voor uw krantenknipsels, vooral dat een stukje waar u speciaal mijn aandacht op vestigde.
Heel veel liefs en tot vrijdag, Julie
(Volgende aflevering uit “Het eerste jaar in brieven”, met van Gogh’s ‘kraaien boven een korenveld‘)
