Het eerste jaar – een terugblik

Dit jaar zijn er in februari nog pluizen in de bosrank

Dit jaar zijn er in februari nog pluizen in de bosrank

 Februari 2011. Ik kijk hoe de berm aan het metroraampje voorbij schuift, net zoals vanuit de trein maar dan wat trager. Zwellende knoppen kleuren de berken al dieproze en aubergine. Het nieuwe leven drukt zich de grond uit. De zilveren pluizen van de bosrank hangen nog in de struiken, het moet deze winter niet veel gestormd hebben. Op de dag af drie jaar geleden zat ik in een van die stokoude boemeltreintjes, hoog op de wielen en nog met een houten interieur. Ik was op weg van Brussel naar Nijvel, en had net de uitslag van mijn ooronderzoek gekregen. Ook op die dag klonk het voorjaar roze en aubergine langs het spoor en trok de regen kronkelende baantjes over de ruit. Ik had me afgezonderd in een van de kleine coupés waar vroeger gerookt werd. Weggezakt in de rode pluchen bank staarde ik naar buiten, ik wilde niet dat de treincontroleur mijn tranen zag. “U hebt waarschijnlijk SEP”, hoorde ik de oorarts steeds weer zeggen. “SEP, sclérose en plaques, is multiple sclerose”, herhaalde ik voor mijzelf. Behalve het rode treintje, de aubergine gekleurde bomen, de regen en SEP was er die dag niets.

Eerst heette de ziekte “stabiel” daarna “evolutief”, binnen een jaar verschenen de spuiten in onze koelkast. Een jaar van verscheurdheid en strijd. Ik wilde niet voor altijd ziek zijn, maar mijn lichaam wist beter. Ik verzette me, wat ze in mijn hoofd gevonden hadden mocht niet meer zijn dan wat oude littekens in een vermoeid hoofd. In plaats van rust tastte ik het hooi nog hoger op, ik las en las, alles wat me maar zou helpen om meer grip te krijgen. Ik wilde weten waar de ziekte begon en waar ik ophield..

Mijn lila agendaatje

.In een klein lila agendaatje maakte ik aantekeningen. Rijstkorreltjes waarmee ik een spoor door mijn dagen trok. Ik hoopte dat dat mij en de artsen zou leiden naar waar de MS zich in mijn lichaam ophield. In maart verbleef ik een week in het ziekenhuis, voor de onderzoeken om de diagnose definitief te kunnen stellen. Ik schreef toen in het lila boekje; Prognose? Oorzaken (stress, hoogte, sport)? Voortekenen? Behandeling (draaierigheid, moeheid)? Denkvermogen? Ik had al snel begrepen dat MS ook cognitieve problemen kan geven.

De weken werden maanden, maar de woorden; – erg moe, draaierig, slecht geslapen, verdrietig, erg depressief, wanhopig - verdwijnen niet uit de bladzijden. Een enkele keer schreef ik; – wat stiller in mijn oren, lekker gewerkt, best fit. Ergens staat – blaas liep opeens helemaal leeg, zonder waarschuwing -, gevolgd door een aantal weken; – niet meer zo incontinent – en dan weer; – erg incontinent -. Soms werd het wat kleurrijker; – rare electrische schokken onder mijn sleutelbeen, de weg leek wel bol, ik voel me als een reus met mooie lange benen -, of – mijn armen zijn te kort om bij het aanrecht te kunnen – of – ik lijk achterover te vallen als de lange Jan van Nijvel. In de herfst werd het veel zwarter; ik viel in de vijver, gooide koffie over de dure boeken van een collega. Ik leunde vaak tegen de muur, een andere collega vroeg toen of ik soms medicijnen tegen duizeligheid slikte.

Op 28 december eindigt het lila agendaatje met; – erg depressief-. Toch was er niet veel met me aan de hand volgens de neuroloog. De blaasproblemen zouden chronisch zijn, daar was niets aan te doen en voor de andere symptomen vond hij geen aanwijzingen die er echt iets gaande was. Hij luisterde niet naar me, en wilde geen verder onderzoek doen. Uiteindelijk stelde hij deelname aan een klinische test voor; dan had ik 50% kans om een experimenteel medicijn te krijgen en recht op maandelijkse gratis consulten. Ik stemde toe voor de onderzoeken. In januari kwamen de eerste uitslagen; het MRI beeld was “evolutief”, er waren twee plekken bijgekomen waarvan een in de kleine hersenen.

In die tijd schreef ik veel mails, meestal blijmoedig, vooral voor mezelf. Als ik ze nu herlees voel ik de wanhoop weer in me opkomen. In een latere mail aan een vriend in Amerika keek ik terug op dit eerste jaar. Ik schreef hem dat het voelde alsof ik in een ruwe zee gegooid was en wist dat mijn armen en benen me niet meer naar de kust konden brengen.

In de komende dagen zal ik er een paar kopiëren als stille getuigen van dat eerste jaar.

(Zie de volgende posts;

Het eerste jaar in brieven – het begin

Het eerste jaar in brieven – vertwijfeling

Het eerste jaar in brieven – van Gogh’s kraaien boven een korenveld

Het eerst jaar in brieven – niks mis

Het eerste jaar in brieven – nu ben ik het met u eens

Het eerste jaar in brieven; brief aan een verre vriend ( laatste aflevering)

Over Julie de Leeuw

Ik ben Julie, echtgenote, moeder van twee prachtige kinderen en werkend in “Europa”. Geboren in Oost-Nederland, groeide ik met veel zussen en broers op in een groot huis midden in het bos. De dagen vulden zich met indianengevechten, tekenen, ponies en paarden, maar vooral met het bos. “Arts” was mijn eerste grote keuze; van “kunst” zou ik niet kunnen bestaan. Mijn studie was een wilde tijd, voor vrienden was ik “crazy lady”. Als het maar even kon trok ik de grens over, en belandde zelfs als orthopedie research fellow op een renbaan in de US. Met het afstuderen verdwenen ook de uitdagingen; in 1985 stonden voor vrouwen slechts tweederangs baantjes open. In die dwalende tijd ontmoette ik mijn man, een zeiler die heel wat stormen doorstaan had. We trouwden, droomden over een kwekerij op zee, kregen twee kinderen, werkten overdag en sportten s'avonds. Ondertussen rondde ik een tweede studie af; landbouwkunde. Via een tussenstop in België was het plan oesters te kweken in Ierland. Maar het roer ging weer om. België bood een unieke kans om in de keuken van Europa mee te draaien. Mijn man verbouwde een huis en zette een bedrijf op. Mij ging het voor de wind, ik maakte deel uit van het management en dong mee naar de hoofdprijs. In Maart 2008 viel het doek; multipele sclerose. Al als tiener draaide het me een rad voor ogen. Mijn verleden herleeft; achter de onrustige geest schuilt een zich door mijn hersenen vretend spook. De dagen zijn gevuld met een voltijdsbaan, mijn dierbare MS-vrije wereld, de ontdekkingstochten van mijn tieners en een zoektocht naar een nieuw leven. Om niet ook tegen vooroordelen te moeten strijden heb ik bijna niemand ingelicht. Er is immers behalve een lodderoogje nog niets te zien. Vooral de nooitaflatende “brain-fog”, vermoeidheid en depressies spelen me parten. Inmiddels heb ik een adviesfunctie. Een stuk rustiger, maar de cognitieve druk is een nieuwe uitdaging voor mijn gewonde brein. Om de vertrouwelijkheid te beschermen kunnen namen en plaatsen veranderd zijn. Profielschets Naam: Julie de Leeuw Geboren: Augustus 1958, Oost-Nederland Opleiding: Medicijnen, Landbouwkunde Baan: Europese belangenorganisatie Woonplaats: Brussel
Dit bericht is geplaatst in Mijn dagboek met de tags , , . Bookmark de permalink.

3 Reacties op Het eerste jaar – een terugblik

  1. Isa schreef:

    Hey Julie,
    Toch weeral merkwaardig hoe ik me in sommige aspecten herken in jouw verhaal…In de meest pakkende beschrijvingen, maar ook een deel in het beschrijvende decor! :) Ben ook een openbaar vervoer meisje!!! :)

  2. elisabeth schreef:

    hope you find support and solace in publishing this diary. met tranen in m’n oogen lees ik dit verslag.<3,

  3. Peter schreef:

    Hoi Julie, mooi en verdrietig tegelijk. De strijd is oneerlijk, maar moet gestreden worden! We weten dat we verliezen en toch is opgeven geen optie. Dan pas verliezen we alles. Onze ziel weet beter en kan soms wat troost bieden.
    Veel liefs, Peter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>